Skip to main content

Pestprotocol

Beleidsplan ‘omgaan met elkaar’ op Basisschool Sint Bernardus Clinge

 

Inleiding

Wij trachten op school een zo goed mogelijke sfeer te creëren. Naast de normale aandacht voor de omgang met elkaar, maken wij daarbij gebruik van verschillende methodes en werkwijzen. Voor levensbeschouwing gebruiken wij bijvoorbeeld de methode Trefwoord, waarin onderwerpen als gelijkwaardigheid, respect voor elkaar etc. regelmatig aan de orde komen. Daarnaast is in de werkwijzen op school aandacht voor de omgang met elkaar. Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van

ruzies etc. kunnen aan de orde komen.

Andere werkvormen zijn ook denkbaar, zoals: spreekbeurten, rollenspel, regels

met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten.

 

Ondanks deze preventieve methodes en werkwijzen gebeurt het natuurlijk ook bij ons op school wel eens, dat kinderen op sociaal-emotioneel gebied buiten de groep vallen. Wij willen daar op school met alle betrokkenen alert op zijn. Vandaar dat we op school een pestprotocol hebben opgesteld met daarin een stappenplan ingeval van pestgedrag. Aan het begin van ieder schooljaar worden de regels en afspraken op school en de omgang met elkaar besproken. We gebruiken daarvoor de Methode “Goed van Start” van Bazalt. De afspraken zijn op diverse plaatsen in de school terug te vinden en natuurlijk ook in de diverse klaslokalen. Daarnaast voeren we met alle leerlingen kindgesprekken op onze school waarbij er ruimte is om, indien van toepassing, over pestgedrag te praten. Door middel van het instrument “ZIEN” worden de leerlingen gevolgd in hun sociaal- emotionele ontwikkeling. We nemen met de bovenbouwgroepen deel aan het weerbaarheidstrainingsproject i.s.m. Hulst in Beweging.

Mocht er ondanks onze preventieve aanpak toch sprake zijn van pestgedrag, dan verzoeken wij ouders dit bij de desbetreffende leerkracht of bij de directie te melden.

Achterin de schoolgids zijn namen en adressen van instanties opgenomen, waar u informatie over pesten kunt opvragen. En natuurlijk kunt u ook op Internet naslag plegen. Wij attenderen u tot slot hiervan ook op de vertrouwenspersoon en de klachtencommissie, die u behulpzaam kunnen zijn.

Pesten en Plagen

Het is belangrijk dat iedereen het verschil weet tussen pesten en plagen.

Plagen gebeurt incidenteel. Het gebeurt op basis van gelijkheid en respect. Plagen

mag. Het is goed voor de sociaal emotionele ontwikkeling en stimuleert het relativeringsvermogen.

Bij pesten ligt dat anders. Dan is er sprake van machtsongelijkheid en wordt de

pester winnaar en het gepeste kind verliezer. Pesten is het afreageren van agressie

of eigen onvermogen op een mindere in de groep, het zondebokeffect

 

Wij vinden het voorbeeldgedrag van de leerkrachten (én de ouders thuis) van

groot belang.

Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de

omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met

geweld en louter straffen worden 'opgelost', maar uitgesproken.

 

Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en leerlingen wordt niet geaccepteerd

 

 

 

 

Pestprotocol Basisschool Sint Bernardus

Ons onderwijsprotocol tegen pesten probeert door samenwerking het probleem van het pestgedrag bij kinderen aan te pakken. Hiermee willen wij het geluk, het welzijn en de toekomstverwachting van de kinderen verbeteren.

De medezeggenschapsraad, directie en het personeel van De Sint Bernardus verklaren het volgende:

Pesten is een wezenlijk en groot probleem. Pestgedrag is schadelijk tot zeer schadelijk voor kinderen, zowel voor slachtoffers als voor de pesters. Dit ernstige probleem moet aangepakt worden, in het bijzonder door de ouders en de leerkrachten.

Medezeggenschapsraad, directie en personeel moeten zo goed mogelijk samenwerken met leerlingen en ouders om het probleem "pesten" op te lossen.

De ondertekenaars van dit protocol verplichten zich tot het volgende:

• hulp bieden aan het gepeste kind

• hulp bieden aan de pester

• hulp bieden aan de zwijgende middengroep

• hulp bieden aan de leerkracht

• hulp bieden aan de ouders

• het bewust maken en bewust houden van alle betrokkenen van het probleem

• het aanstellen van een vertrouwenspersoon op school

• het aanleggen van toegankelijke, goede informatie over het probleem "pesten"

 

Elke drie jaar wordt dit protocol geëvalueerd en zonodig bijgesteld. Het protocol ligt ter inzage op school en is op te vragen bij de directeur van de school.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pestprotocol Basisschool Sint Bernardus .

1. De leerkracht signaleert pestgedrag of er wordt melding gemaakt van pestgedrag bij de leerkracht door ouders/verzorgers en/of leerlingen. De leerkracht hoort dit aan en wint informatie in. Er zijn twee conclusies te trekken op basis van de aangeboden informatiemondeling :

a. Er is geen sprake van systematisch pestgedrag. Het incidentele probleem wordt mondeling afgehandeld door de leerkracht in overleg met de betrokkenen.

b. Er is wel sprake van systematisch pestgedrag. De leerkracht wint informatie in en geeft duidelijk aan dat dit gedrag niet geaccepteerd wordt.

2. Gesprek met leerkracht, pester(s) en gepeste(n). De problemen die voortvloeien uit het pestgedrag, worden besproken en er worden afspraken gemaakt. Hiervan wordt een beknopt verslag gemaakt. De ouders van het gepeste kind en de pester(s) worden op de hoogte gebracht van het gesprek en de gemaakte afspraken. Indien nodig zal de leerkracht aandacht besteden aan de rol van de zwijgende meerderheid. Ook de vertrouwenspersoon van de school kan een rol spelen in het proces.

3. Indien dat nodig blijkt en als daarover afspraken gemaakt zijn, is er gedurende twee weken aan het eind van elke week een gesprek. Hierin wordt besproken of de gemaakte afspraken nagekomen worden. Ook hiervan wordt een beknopt verslag gemaakt.

4. Als blijkt dat de getroffen maatregelen effect sorteren, wordt het probleem afgesloten. Zoniet, dan komt een volgend gesprek met alle betrokkenen. Van dit gesprek wordt door de leerkracht verslag gemaakt en eventuele consequenties worden met betrokken kinderen en ouder(s) doorgenomen. Indien noodzakelijk, zal hulp worden aangeboden aan de gepeste leerling en ook aan de pestende leerling (aan beiden eventueel in de vorm van gespreksgroepjes volgens de aanpak van sociale vaardigheidstraining).

5. Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) School Maatschappelijk werk of Jeugdzorg .

 

De scholen van Onderwijsgroep Perspecto hanteren een protocol rondom schorsing en verwijdering.

Het is een eenduidig protocol en het treedt in werking als er sprake is van ernstig ongewenst gedrag door een leerling, waarbij psychisch en/of lichamelijk letsel aan derden is toegebracht. Er kunnen drie vormen van maatregelen worden genomen:

 

· Time-out

· Schorsing

· Verwijdering

 

In de schoolgids van de school wordt dit in hoofdstuk 5 verder uitgewerkt.

En is tevens terug te vinden op de website van Onderwijsgroep Perspecto.

 

 

De regels van ons pestprotocol om in de groep ter sprake te brengen:

1. iemand niet op uiterlijk beoordelen

2. niet iemand buitensluiten

3. niet aan spullen van een ander zitten

4. elkaar niet bij een bijnaam noemen, niet uitschelden

5. elkaar niet uitlachen

6. niet roddelen over elkaar

7. elkaar geen pijn doen

8.elkaar nemen zoals je bent

9. geen partij kiezen (bijvoorbeeld bij een ruzie)

10. geen aandacht aan de pester schenken, maar blijft de pester doorgaan dan aan de leerkracht vertellen

11. leerkracht vertellen wanneer jezelf of iemand anders gepest wordt (dit is geen klikken)

12. eerst samen een ruzie uitpraten, waarna vergeven en vooral vergeten

13. luisteren naar elkaar

14. nieuwkomers op school goed ontvangen en goed opvangen

15. deze regels gelden natuurlijk niet alleen op school

16. word je gepest, praat er thuis over, je moet het niet geheim houden.

Adviezen voor alle ouders:

• Neem het probleem serieus: het kan ook uw kind overkomen.

• Neem de ouders van het gepeste kind serieus.

• Maak het tot een gemeenschappelijk probleem.

• Praat met uw kind over school, over de relaties in de klas, over wat leerkrachten doen, hoe zij straffen. Vraag hen ook af en toe of er in de klas wordt gepest.

• Geef af en toe informatie over pesten; wie doen het, wat doen zij en waarom?

• Corrigeer uw kind als het voortdurend anderen buitensluit.

• U kunt de vertrouwenspersoon van de school benaderen (Op onze school is dat de directeur, de heer W. Dewitte)

• Geef zelf het goede voorbeeld.

• Leer uw kind voor anderen op te komen.

 

 

Adviezen voor ouders van kinderen die pesten:

• Neem het probleem serieus.

• Raak niet in paniek; elk kind loopt kans pester te worden.

• Probeer achter de mogelijke oorzaak van het pesten te komen.

• Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet. Besteed aandacht aan uw kind.

• Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

Adviezen aan ouders van gepeste kinderen:

• Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, kunt u de ouders van de pester opbellen en voorzichtig vragen er met hun kind over te praten. Gebruik daarbij als argument dat elk kind op straat veilig moet kunnen zijn. Niemand zal dat ontkennen.

• Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.

• Als uw kind al lange tijd is gepest, vraagt dat om een uitgebreide aanpak. Neem contact op met de leerkracht, ga bij de school kijken, lees boeken en bekijk samen met uw kind informatieve programma’s over pesten.

• Als u van uw kind er met niemand over mag praten, steun dan uw kind, geef het achtergrondinformatie en maak uw kind duidelijk dat de school het voorzichtig zal aanpakken.

• Beloon uw kind en help het zijn zelfrespect terug te krijgen.

• Stimuleer uw kind tot het doen van die dingen waarin het goed is en kan uitblinken.

• Wordt uw kind op de sportclub of tijdens andere activiteiten buiten school gepest door leeftijd of klasgenoten, vraag dan de leiding aan het pesten aandacht te besteden en met de kinderen te bespreken dat ieder kind op de club veilig moet zijn.

• Houd de communicatie open, blijf dus in gesprek met uw kind. Doe dat niet op een negatieve manier, maar geef adviezen om aan het pesten een einde te maken. Een negatieve manier van vragen is bijvoorbeeld; wat is er vandaag weer voor ergs gebeurd?

• Steun uw kind in het idee dat er een einde aan komt. _

• Laat uw kind opschrijven wat het heeft meegemaakt. Dit kan best emotionele reacties bij uw kind oproepen. Op zich is dat niet erg, als het maar hierbij geholpen wordt de emoties te uiten en te verwerken.

• Laat uw kind deelnemen aan een sociale vaardigheidstraining of neem contact CJG of Schoolmaatschappelijk Werk op. De school kan hierbij betrokken worden.

 

Tot slot nog dit over pesten en straffen:

Wetenschappelijk onderzoek leert ons duidelijk dat straf als reactie op pesten niet echt werkt.

Men ziet straf niet anders dan een traditioneel hulpmiddel. Het is niet in het voordeel van de pester, noch van het slachtoffer. Er is geen bewijs dat straf ooit een pester heeft veranderd.

Men wijst erop dat straf vaak inhoudt dat de pester wraak wil nemen.

Indien we het melden van pesten willen aanmoedigen en de pester positief

willen beïnvloeden, dan moet iedereen weten dat er iets aan wordt gedaan, maar dat er geen sprake is van straf, want angst en vervreemding aanwakkeren zal zeker niet helpen.

Evenzeer vindt men de term ‘pester’ en ‘slachtoffer’ niet geschikt om op school als etiketten te gebruiken. Het tast het zelfbeeld van de jongeren aan door negatieve benamingen en bovendien kunnen ouders dat moeilijk aanvaarden.

Jongeren vragen waarom ze zich zo gedragen lijkt ook al niet zo verstandig. Nochtans wordt ‘het onderzoek’ in heel wat scholen gebruikt als hoeksteen van hun antipestbeleid. Betrokkenen zullen elk hun eigen kijk vertellen die vaak tegenstrijdig is. Een zoektocht naar de waarheid kan je beletten om doeltreffend te reageren. De onderzoeker krijgt de neiging om helemaal het fijne te weten te komen en dit kan een steeds complexer proces van ondervraging en kruisverhoor veroorzaken. Deze aanpak is dus niet aan te raden.

 

De kostbare tijd kan beter worden besteed aan het oplossen van het probleem en om een

blijvende verzoening tot stand te brengen. Wat we uiteindelijk moeten weten is of iemand

slachtoffer is en wie ervoor verantwoordelijk is (Robinson & Maines, 2003)